Is muziek te doorgronden? (1)



Mijn leermeester Cor de Man heeft me lang geleden, in 1991, gewezen op een boek: Eva (1927), de laatste roman van Carry van Bruggen (1881-1932). Één fragment is me al die jaren bijgebleven en telkens bij herlezing, kom ik op andere inzichten. Waarschijnlijk heeft dat ook te maken met het feit dat ik haar woorden vanuit een breder perspectief kan begrijpen omdat ik het kan verbinden met andere ervaringen die ik tussentijds heb opgedaan.


Carry van Bruggen is de schrijversnaam van Caroline Lea de Haan. Zij werd in 2002 door de leden van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde opgenomen in de Canon van de Nederlandse Letterkunde. Carry van Bruggen beschrijft in het onderstaande fragment op meesterlijke wijze verschillende aspecten van het luisteren naar en begrijpen en ervaren van muziek. Hoe kun je ooit muziek begrijpen? Hoe kun je ooit beschrijven wat voor indrukken muziekervaring bij je losmaken? Muziek doorgronden is even moeilijk als het doorgronden en begrijpen van het fenomeen 'licht' of 'stilte'; woorden schieten hier tekort.


De autobiografische hoofdpersoon Eva, ze is dan al onderwijzeres, gaat voor het eerst naar een concert in het Amsterdams Concertgebouw. Daar wordt onder andere de derde symfonie van Gustav Mahler uitgevoerd. Dit werk werd gecomponeerd tussen 1893 en 1896 en was dus voor die tijd moderne muziek. Met een uitvoeringsduur van 90 minuten behoort het werk tot de langste symfonie uit het concertrepertoire. Haar reflecties over luisteren en begrijpen van muziek zijn heel bijzonder maar ook raak en indringend. Om bij een eerste concertbezoek de zesdelige derde symfonie van Mahler te beluisteren is een hele opgave vanwege zijn lengte, instrumentatie, zeggingskracht en dramatiek.


Ik laat Eva aan het woord:

“Maar ik ga toch ook waarachtig naar een concert -, ik ga voor het eerst naar een concert! Ernestine heeft gezegd, het is een mooi program, maar ik zal er niet alles van begrijpen. Van de symfonie waarschijnlijk het minst -, de componist heet: Gustav Mahler -, maar aan het einde komt een solozang, een blind meisje zal die zingen. Ernestine kent dat meisje.

Naar het vioolconcert moet ik vooral oplettend luisteren. Een vioolconcert heeft vier gedeelten, vier gedeelten heeft ook een symfonie... 'Andante' betekent langzaam... 'presto' betekent snel... Ernestine heeft het er met potlood bij geschreven. Er bestaan ook nog 'sonaten' en 'suiten'... langzamerhand zal ik het wel leren. Ernestine zei onlangs: 'Je lijkt mij wel muzikaal' -, ze heeft gezegd, dat we ook eens samen zullen gaan, zij, Dora en ik.


Een vochtbezwaarde zachte wind suist door de jonge, bruine boompjes op het plein... de diepliggende deuren zijn nog toegesloten... de mensen wachten. Er wachten meest dames en meisjes, een enkele jongeman -, oudere heren wel wat meer. En dit zijn nu weer allemaal je medemensen, je onbekende medemensen, en er zijn wel bijna even veel soorten mensen, als er mensen zijn. Waarin zit het toch dat je hardheid of goedheid, domheid en verstand onmiddellijk kunt lezen uit altijd twee ogen en altijd één mond? Waarom zou je het ene gezicht willen strelen en het andere willen slaan? Maar je moet niet met zo'n strakke aandacht naar ze kijken, dat maakt ze verlegen, dat maakt ze zelfs boos -, de anderen doen het ook niet, neen, ze doen het geen van allen. Iedereen kijkt voor zich uit, of praat of groet. Je moet als de anderen zijn... denk eraan, dat je als de anderen bent...


Schemerige warmte, plechtige geruisen, die aan een kerk doen denken... heel omhoog zilverig schijnsel door diepliggende halfmaanvensters. Opgehangen in de ontzaglijke ruimte de fonkelende klompen wit-schitterend kronenlicht, en diep in de schemering de rood-fluwelen stoelen, als bouwdoosblokjes, als een parade op een prentje... als de schutterij. Ze kijkt erin neer over de balustrade, Ernestien heeft gezegd, dat ze hier boven een plaats moet kiezen, in de bocht tegen de muur, achter de mensen.

Rust nu... rust... niets van dit alles hier vormt zich tot stormende vragen... alles kalmte en verwachting... verwachting is toch nooit helemaal zonder angst... je voelt je een ondergelopen land.


Maar aldoor zwellen de geruisen... en dat koortsig snelle, dat als smachtende jachtende is het stemmen der violen, dat doet je hart wel plotseling weer meebewegen in zijn ongeduld... de mensen praten, zacht en vlug, ze hebben allemaal dit en dat nog gauw te vertellen, eer ze zwijgen moeten. Maar er gebeurde iets, dat haar ontging... en alle lippen sluiten zich over de nog ingesproken woorden, en alle geluid verzinkt en het is één ogenblik zo vervaarlijk stil... je hangt... je zweeft...


Maar zó was het vroeger... De lamp werd aangestoken en de kamer was licht tot in de hoeken, van dat felle, dat gouden binnen het lampenglas uit was de kamer vervult met iets, ineens, met iets... En altijd vroeg je het, vroeg het je af: wat zou het toch zijn... O, ondoorgrondelijkheid, altijddurende ondoorgrondelijkheid... dit is onzichtbaar licht, en toch is het 'iets' en lichtender dan licht, en de hele ruimte is er vervuld van en je hoofd staat er middenin, het vindt de poorten van je oren en zelf ben je er nu ook van vervuld. Zó niet, zo nooit, vervult je het licht.


Maar Ernestien sprak over 'muziek begrijpen' en ik wil het haar vanmiddag al vragen -, wat ze onder 'muziek begrijpen' verstaat. Wie kan bij machte zijn om dit te begrijpen? Kun je dan het licht begrijpen... of de stilte...?


'Begrijpen' -, dat is: in woorden kunnen uiteenzetten. Neen... eigenlijk is begrijpen: met iets anders vergelijken. Kun je dat? Hoe kan je begrijpen wat je voorbij-ijlt als wind... wat wel in je dringt ook... zoals wanneer je witte tulpen ziet in de zon, in een tuin... ze wiegelen, het is paasvakantie... of 's zomersnacht in bed... je kunt niet slapen... er kwaken kikkers... er is een nachtelijk gefluister... maar dat begrijp je toch niet? En dit alles tezamen... al het andere is het ineen... Ja, als je nog jezelf verdubbelen kon... één om te luisteren, één om tegelijkertijd te doorgronden... of, als je dit lichtende licht, dit ijle, ongrijpbare licht... als je het vangen kon, vasthouden kon... zoals lui die fotograferen... het andere licht op de gevoelige plaat... dat heet: fixeren... bij je dragen... dagelijks... in een altijddurende overdenking... aldoor beschouwen tot een onverpoosde en al diepere doorgronding... maar je kunt alreeds luisterend niet denken... denkend niet luisteren... en je denkverlangen raakt met je luisterverlangen slaags... en straks kun je noch het een noch het andere meer... O, zie dan maar van het 'doorgronden' af... nu je toch deze ene goddelijke zekerheid hebt: zolang maar die viool niet zwijgt... zolang dat wat, uit de diepte omhoog zich spreidend de ruimten vult, tot aan de zilveren nissen en rondom de fonkelende kronen - en als dàt je niet meer verlaten hoefde... je zoudt dan niets meer begeren, en alles zou goed zijn en je zoudt met alles vrede hebben, en er zouden geen raadselen meer bestaan -, je zoudt ze tegelijkertijd allemaal kennen... en ze niet meer zoeken te kennen... je zoudt ook alles kunnen... je zoudt alles op je willen nemen... je zoudt dan voorgoed van jezelf verlost zijn en je zoudt voorgoed aan je-zelf gegeven zijn...


En hij zwijgt... en het vliedt... zó werd de lamp gedoofd en het licht ging verloren. Een mens heeft een geheugen, en kan iets navertellen, zij zelf heeft zelfs een heel goed geheugen... en kan veel navertellen... maar hier dient het geheugen niet. Dit, als licht, doorwaait je, door-ijlt je. En je moet teruggaan naar die witte tulpen, naar die tuin, naar die reuken, naar die zoete morgen, naar die zuiderwind... je moet geduld hebben tot het weer nacht is... uit verten, door stilten, komt het geluid... je ligt achterover in bed, in donker en je mond is open, maar een naam kun je het toch niet geven... Ik onderscheidde honderden wonderlijke dingen. Ik zag ook... die rietplas, waar ik langs reed in de trein. Ik riep het hem toe, die dag... Rietplas, ééns kom ik naar je toe... Ik ben niet gekomen... maar hij is nu tot mij gekomen... en heeft mij aan mijn belofte herinnerd, aan mijn geschonden belofte...


Maar wat beduidt: muziek begrijpen? Dat is immers ondoorgrondelijk... Zo leeg van licht als een kamer waar geen lamp meer brandt, zo leeggewaaid, leeggelopen die ontzaglijke ruimte, waar de kronen fonkelen... Is het niet waar... is het niet waar... is het niet waar, zoals ik het denk...?”


Uit: Eva van Carry van Bruggen, Querido 1975.

Hoofdstuk Ontmoeting, bladzijden 77-80.

0 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.