top of page

Uit-de-box-denken



In de buurt woont een echtpaar van midden dertig met hun dochter. Het zijn aardige mensen die houden van Hardcore muziek, fan zijn van een voetbalclub uit het zuiden van het land en het goed hebben met elkaar. Hij werkt vanuit huis en laat, casual gekleed in trainingspak of leren jasje, trainingsbroek, t-shirt en blauwe Nike-slippers, hun hondje uit. Onderwijl kijkt hij op zijn mobieltje en blijft hij staan als het hondje aandrang voelt uitgebreid te snuffelen of de behoeften te doen. Zij werkt als medewerker in een verzorgingstehuis in de buurt. Dagelijks kondigt harde muziek aan dat ze vertrekt of thuiskomt met hun elektrische auto. De muziek in de auto staat zo hard, dat ik me zorgen maak over haar gehoor; het gedreun van de lage, bonkende bassen is goed te horen als ze langs ons huis rijdt.


Het echtpaar heeft werkelijk alles voor hun dochter over. Hun kleine achtertuin wordt in het voorjaar omgetoverd in een trampoline-lustoord. De beschermende wanden van gaas toornen metershoog boven de omheining van hun tuintje uit. In de zomer verandert de tuin in een zwemparadijs. Een veel te groot mobiel zwembad beslaat dan de hele tuin en de dochter kan zich naar hartelust uitleven met vriendjes uit de buurt. Het geluid van spelende kinderen is leuk om te horen. Onder begeleiding van Nederlandstalige muziek, hebben zij het gedrieën goed met elkaar. Ze hebben het goed voor elkaar.


De man gebruikte tot voor kort zijn scooter als hij ergens naartoe wilde gaan. De elektrische auto was van het werk, maar het is vooral zijn vrouw die er gebruik van maakt. Ik heb hem in al die jaren nog nooit naar kantoor zien gaan. Klaarblijkelijk kan alles vanuit huis geregeld worden. Toen ik onlangs langs hun huis liep, zag ik een scootmobiel voor de deur staan. Later zag ik hem regelmatig op deze scootmobiel gezeten, in de buurt en het dichtbijgelegen winkelcentrum rondrijden. Ik maakte me een beetje zorgen en vroeg hem op een dag hoe het met zijn gezondheid gesteld was. Die bleek helemaal in orde te zijn. Op mijn vraag waarom hij niet meer op zijn scooter reed maar zich met een scootmobiel verplaatste, volgde een even logisch als voor mij verbijsterend antwoord. Door nieuwe wetgeving zijn we verplicht om een helm te dragen bij het berijden van de scooter. Daar had hij geen zin in en daarom had hij zijn scooter op Marktplaats gezet en een scootmobiel aangeschaft. Bovendien kon je het ding gemakkelijke parkeren.


Ik heb me achteraf afgevraagd waarom ik dit zo vreemd vond. Klaarblijkelijk koppel ik een voorwerp dus aan een bepaalde functie of doelgroep. Alsof Marcel Duchamps met zijn urinoir en Picasso met zijn stierenkop van stuur en zadel niet hebben plaatsgevonden. Ik koppel dus, als vermeende vrijdenker, de scootmobiel aan invaliditeit en slechte gezondheid. Bovendien ben ik in eerste instantie geïrriteerd dat een gezond iemand een scootmobiel gebruikt. Het “uit de box” denken, waarvan ik dacht dat ik dat uit principe doe, wordt hier door de buurtbewoner in de praktijk van alle dag toegepast. Natuurlijk is een gebruiksvoorwerp niet alleen voorbehouden aan een doelgroep waar het aanvankelijk voor ontwikkeld is. Maar toch...


Konden we maar als kinderen de wereld bekijken op functionaliteit. Te vaak wordt ons denken en handelen ingeperkt door een soort tunnelvisie. Dit doorgeslagen utilisme maakt te vaak dat we de mogelijkheden, die binnen handbereik liggen, niet zien of benutten. Er blijft een heel leven werk aan de winkel. Ik ben voorlopig nog niet uitgeleerd.

39 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page