Recensies en aankondigingen


Tijdens mijn studie "Theorie der Muziek" aan het Brabants Conservatorium heb ik met mijn studiegenoten en docenten vaak gesproken over (het nut van) recensies. Vooral mijn leermeester Jan van Dijk (zie foto) had hier uitgesproken denkbeelden over. Als leerling van Willem Pijper was hij geschoold in een traditie waarbij respect voor het gedachtengoed en de bedoelingen van de componist centraal staat. Daarom ook vond Jan van Dijk dat grondige kennis van Theorie der Muziek onontbeerlijk is. Door analyse van de compositie kun je hoofd- van bijzaken scheiden. Ik ben het hier volledig mee eens! Middels een goede analyse van de muziek kun je zelf een opvatting over die muziek vormen. Een interpretatie van de (muzikaal geschoolde) recensent zal het uitgangspunt moeten zijn voor een goede recensie. Zijn interpretatie zal het referentiekader moeten vormen waartegen de uitvoering wordt afgezet. Een recensie zal dus meer moeten zijn dan een beschrijving van uiterlijkheden en trivialiteiten. De recensent heeft behalve een journalistiek beschrijvende taak ook een beoordelende rol te vervullen. Het vakinhoudelijk gezag zal hierbij bepalend zijn voor de kwaliteit van de recensie. In mijn ogen gaat het er bij een recensie om dat het aanwezige publiek na afloop van het concert de eigen indrukken kan spiegelen aan het vakkundig afgewogen oordeel van een kenner. Het is volstrekt onbelangrijk om een recensie te schrijven met in het achterhoofd de lezer die zelf niet bij het betreffende concert aanwezig is geweest. Een geschreven weergave over klinkende muziek kan nooit een luisterervaring van de concertbezoeker vervangen. Toch lijkt deze houding tegenwoordig steeds meer uitgangspunt voor de recensent. De recensie wordt gebruikt om vermeende vakkundigheid van recensenten te etaleren en om reputaties van uitvoerende musici te maken of te breken. Dat "koppen" boven recensies meestal niet door de recensent worden gemaakt, is in dit kader veelzeggend. Uit respect voor de uitvoerende musici zou je van recensenten mogen verwachten dat het zelf goed opgeleide (uitvoerende) musici zijn die in staat moeten worden geacht zelf een interpretatie te ontwikkelen van de te beschrijven concerten. Bij de media zou de lat wel wat hoger mogen worden gelegd voor het aanstellen van recensenten. Te vaak worden musici, die hun hele werkzame leven vakmatig bezig zijn met muziek, beoordeeld door lieden die zelf geen noot kunnen spelen. Zij zijn overgeleverd aan de welwillendheid van de beroepsdilettant. Oppervlakkigheid lijkt eerder regel dan uitzondering te zijn. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar door de bedrijfspolitieke overwegingen van de media, die afgerekend worden op kijk- en verkoopcijfers, lijkt de behoefte aan gedegen vakmanschap niet erg groot. Pseudodeskundigheid zou aan de kaak moeten worden gesteld. Uit respect voor de componisten en de uitvoerende musici, maar vooral ook uit respect voor het publiek en de lezer van recensies.

3 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.