Ontroerend goed


Sinds lange tijd luisterde ik weer eens naar het Adagio uit het Strijkkwintet in C D956 - Op. post. 163 van Franz Schubert (1797-1828). Het is een compositie die ik goed ken en vaak gebruikt heb in een lessencyclus over ontroering. Schubert schreef deze compositie op 31-jarige leeftijd, enkele maanden voor zijn dood, in de zomer van 1828. Het is zijn laatste instrumentale werk dat hij componeerde. Het strijkkwintet heeft een ongebruikelijke bezetting: 2 violen, altviool en 2 celli in plaatst van de toen gebruikelijke 2 violen, 2 altviolen en cello. De tweede cello krijgt bij Schubert de melodische functie van de ontbrekende tweede altviool en door deze keuze krijgt het lage register wat meer nadruk. Ik zette in mijn lessencyclus over ontroering dit werk graag naast September uitVier letzte Lieder van Richard Strauss (1864-1949). Richard Strauss schreef deze compositie op 84-jarige leeftijd, zo'n 11 maanden voor zijn dood in september 1948. Ook dit is de laatste compositie van deze grote componist. Ik heb deze compositie in mijn allereerste blog al aangehaald in het kader van het onderwerp Stilte.


Schubert schreef zijn compositie in een periode dat het hem toevallig net goed ging. Niets wees erop dat hij aan tyfus zou komen te overlijden. 1828 begon slecht voor Schubert; zijn armoede werd steeds groter en hij moest bij familie en vrienden bedelen om geld. In maart 1828 hield hij voor eigen risico een concert met alleen eigen composities. Dit concert werd een groot (artistiek én financieel) succes, hij kon schulden afbetalen en zelfs een piano kopen, terwijl hij zo'n instrument jarenlang had moeten huren. In deze entourage van betrekkelijke welvaart en rust, schreef Schubert zijn Strijkkwintet in C. Het is verbazend om te merken dat een componist van 31 jaar dergelijke doorleefde en transcendente muziek kan schrijven. Normaal gesproken is er veel levenservaring nodig om dit soort emoties te begrijpen, laat staan te componeren. Het Adagio is ook bekend als filmmuziek; zo werd, onder andere bij de tv-serie Inspector Morse, het Adagio vaak als achtergrondmuziek gebruikt.


Strauss heeft nooit te klagen gehad. Zijn carrière verliep voorspoedig, hij leefde in grote rijkdom en werd alom gerespecteerd. Aan het eind van zijn leven schreef hij naast Metamorfosen zijn Vier Letzte Lieder. Hij keek in en met die composities terug op een welvarend en zeer productief leven en zag dat het goed was. Het is verbazend om te merken dat een componist van 84 jaar nog zo vitaal en creatief bezig kan zijn. Er zijn niet veel mensen die op dergelijke leeftijd de energie en creatieve vitaliteit hebben om een kunstwerk te scheppen. Je moet overigens al meer van klassieke muziek weten, wil je deze muziek kennen. Ook voor niet kenners is deze muziek echter toegankelijk en goed te beluisteren.


Twee componisten en twee composities die ze aan het eind van hun leven hebben geschreven. Je kunt jezelf afvragen of de emotie bij het beluisteren beïnvloed wordt als je voorkennis hebt van het feit dat het hun laatste composities zijn. Het zijn geweldig indringende composities die mij telkens weer ontroeren. Ik kan dan ook iedereen van harte aanbevelen ze eens op een rustig moment te beluisteren. Het strijkkwintet van Schubert ken ik in meerdere goede uitvoeringen; bij de Vier Letzte Lieder van Strauss heeft de opname uit 1982 van Jessye Norman en het Gewandhausorchester Leipzig onder leiding van Kurt Masur mijn absolute voorkeur.

1 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.