Geboeide Prometheus (vervolg)

Voortzetting van de vorige blog over een verhandeling van Cor de Man onder dezelfde titel

Cor de Man verkeerde in de veronderstelling dat voor de geestestoestand van de gehele beschaafde wereld geldt dat Prometheus nog geketend is. Volgens hem verkeren we in een laatste crisis; het moet anders worden of alles gaat onherroepelijk kapot. Ik ben het daarin niet met hem eens. Ik deel de mening dat Prometheus vaak nog geboeid door het leven gaat in onze maatschappij. Echter, ik geloof in de veerkracht van mensen om aan te pakken wat mis gaat. De wat sombere kijk op de wereld van De Man deel ik niet, maar dat doet niets af aan mijn inschatting betreffende de validiteit van zijn argumenten. Mijn conclusie is een andere dan die van Cor de Man; we zijn dan ook al weer meer dan veertig jaar verder.

HET BETOOG Wanneer een té sterk "ik"-bewustzijn de cultuur bepaalt, leidt kennis en macht tot een gevoelloze uitbuiting van de natuur en uiteindelijk tot zelfdestructie. In een op een té sterk "ik"-bewustzijn gebaseerde maatschappij met zijn streven naar bezit en macht, kan de mens eigenlijk niet creatief zijn. Echte creativiteit in het menselijk denken en doen is eerst mogelijk wanneer ons leven een creatief proces is. Dat betekent dat Prometheus bevrijd moet zijn, waardoor er een samenspel tussen intellect en intuïtie mogelijk wordt. Creativiteit als het vermogen om stereotypen te doorbreken, het vermogen om in nieuwe situaties het juiste te doen en het vermogen om nieuwe relaties te scheppen tussen jezelf en de omgeving.


Onze maatschappij is er niet primair op gericht om creatieve mensen te kweken. Als Zeus is ze er bang voor. Ze kweekt bedrijvige mensen en benoemt bedrijvigheid als creativiteit. Het gehele onderwijs en onze opvoeding staan te veel in dienst van de instandhouding van op nuttigheid gerichte bedrijvigheid. Er wordt zodoende een bepaalde verhouding tot de wereld geschapen: het wetenschappelijk objectieve wereldbeeld. Deze veronachtzaming van het gevoelsleven is onverantwoord en erg kortzichtig. Gevoelens zijn namelijk wezenlijk voor het mens-zijn en staan in direct verband met het waarnemen. Zowel het gevoel als het intellect zijn kenbronnen. Een van beide weg te drukken, minder waarderen, is kortzichtige domheid. Ik kan niet los van de waarneming, reëel of in fantasie, gevoelens hebben. Zij ontstaan door dit waarnemen.

Kenbronnen zijn middelen waardoor de mens kennis verwerft van de levensverschijnselen in de ruimste zin. We kunnen een onderscheid maken in twee kenbronnen: Verstandelijk weten: de rationele kenbron. Het rationele heeft als voertuig het verstand en de mens stelt zich tegenover het object van studie op. Hij schakelt zoveel mogelijk zijn "ik" uit.Ethisch, religieus en esthetisch weten: de irrationele kenbron. Het irrationele heeft als voertuig de beleving en de mens heeft de neiging het "ik" te laten opgaan in het object, door inter-esse en liefde. Het  rationele leidt tot kennis van de werkelijkheid, het irrationele tot kennis van de waarheid. Dit laatste ligt dieper dan met weergave van de objectief juiste feiten bereikbaar is. Het verstand echter is een eenzijdigheid als het niet wordt aangevuld door de op totaliteit gerichte beleving en door het opgaan in het object gekenmerkte beleving als irrationele kenbronnen. Bedenk hierbij dat er verschil is tussen verstandelijk en redelijk, hetgeen een combinatie is van verstand én gevoel. Redelijkheid is een eigenschap die verworven moet worden, een groeiproces. Het is een waarborg voor menselijk geluk en schept een cultuur die omschreven zou kunnen worden als de zowel exclusieve als coördinerende bedrijvigheid van de geest op de terreinen van wetenschap. kunsten, religie en wijsbegeerte. Het is tevens de neerslag daarvan in het zowel belangeloze als op het nuttige gerichte dagelijkse handelen.

In het cultuurbeeld heerst een permanente onderwaardering en onderdrukking van het irrationele. Je hoeft er de politieke discussies over taal en rekenen of de lessentabellen van het reguliere onderwijs maar op na te slaan. Als bepaalde in de aanleg gegeven vermogens niet worden ontwikkeld, beïnvloedt dat de psychische totaalstructuur in ongunstige zin. Het benaderen van de mens als totaliteit in opvoeding en onderwijs geeft hem optimale mogelijkheden en kansen om zichzelf te realiseren overeenkomstig zijn aanleg.


WAAROM MAAKT DE MENS KUNST? Het antwoord is eenvoudig en simpel: omdat hij het niet laten kan. Het is een persoonlijke scheppingskracht die van binnen uit een wereld schept als reactie op de dialoog van de mens en de wereld. Kunst is een vorm van bewustzijnsverruiming; het is het "ik" op vakantie sturen, het schept ruimte. Dit is ook tevens de reden waarom bepaalde mensen zich tegen kunst of verschillende vormen ervan verzetten (zie het Statische-"ik"). Bewustzijnsverruiming middels doorbraak van het irrationele in het rationele, met de daarbij verbonden mogelijkheid tot creatieve opbouw van het eigen leven. Dit wil overigens niet zeggen dat de door de "ik"-korst verschraalde werkelijkheidservaring met al zijn affectieve stoornissen niet bestendigd kan blijven, ondanks een "liefde" voor bijvoorbeeld muziek.

Het té exclusief bezig zijn met één bepaalde kunst is (ook bij educatie) onjuist. Het gaat in de kunst om de verruimende ervaring, die mee kan helpen om Prometheus te bevrijden. Dit functioneren kan worden verhinderd door de geest van kritiek, door esthetische leuzen of kunsttheorieën, door hardnekkig verdedigde credo's, gepaard gaande met de nodige onverdraagzaamheid. Het bekvechten of de esthetische ervaring wel deugt als minder goede kunst die ervaring tot stand weet te brengen, is niet relevant. Je moet ieders ervaring respecteren en hem de gelegenheid geven om zijn ervaring te bespreken zonder gehinderd te worden door kritiek van de toehoorder. De kritiek veronachtzaamt de functie van het kunstwerk, wat deze kunst kan betekenen voor de gebruiker.

MIJN CONCLUSIE Kunst is onloskoppelbaar verbonden met mensen. Het is voor mij niet de vraag of we we irrationele kenbronnen moeten inzetten in het reguliere onderwijs. Het is vooral de vraag hoe we de jeugd evenwichtig kunnen voorbereiden op de kennis, vaardigheden en houding die zij in de toekomst nodig zullen hebben: de 21st Century Skills. Cultuureducatie zou een grotere plaats moeten krijgen binnen het reguliere onderwijs om evenwicht te brengen in het aanbod. Zoals eerder gezegd: Het benaderen van de mens als totaliteit in opvoeding en onderwijs geeft hem optimale mogelijkheden en kansen om zichzelf te realiseren overeenkomstig zijn aanleg. Het ligt voor de hand om ook beroepskunstenaars hierbij in het reguliere onderwijs een actieve rol te laten spelen.

Ik hoop dat we in de komende jaren structureel tot een betere match kunnen komen tussen het reguliere onderwijs en de expertise die er buiten dit reguliere onderwijs aanwezig is. Er zijn genoeg redenen te bedenken om hier veel energie aan te besteden. Een leven lang leren is een mooie term die hierbij beslist van toepassing is.

0 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.