De bijzaak van toen is voor ons nu hoofdzaak geworden.


In het prachtige boek Vlaamse miniaturen van Maurits Smeyen (1998, Davidsfonds/ Leuven) beschrijft de auteur drie functies van boeken die in zijn beleving ten grondslag liggen aan 'het geheim van die intimiteit tussen mens en boek.' Het is een driedeling die voor mij vooralsnog volstaat:

  • Ten eerste is het boek een middel om de realiteit te ontdekken: de wereld, met al wat leeft en al wat tot het domein van het denken hoort, wordt erin geopenbaard. Het zijn de kluizen van kennis en gedachten; de schatkamers van de geest.

  • Ten tweede biedt het boek de lezer de mogelijkheid om aan de realiteit te ontsnappen om al lezend zichzelf en de tijd te vergeten

  • Ten derde is het boek een wapen in dienst van ideeën die de schrijvers vaak aanwenden als een spiegel waarin we onszelf kunnen herkennen.

Vanwege de boekdrukkunst is het boek als verschijnsel voor ons vanzelfsprekend geworden. Door digitale media wordt het verwoorden van gedachten steeds meer aangevuld met beeld en geluid (gesproken woord). Hoe anders was dat in de tijd voor de uitvinding van de boekdrukkunst. Het boek werd in de middeleeuwen volledig met de hand gemaakt en was daarom zeldzaam en uniek. Bovendien waren boeken heel kostbaar vanwege de grondstoffen (perkament, bladgoud, vele kleurstoffen die van ver moesten komen) en de langdurige fabricage (schrijven en versieren).


Voor de middeleeuwse mens bezat het boek naast een statusverhogende functie een sterk sacrale en magische betekenis. Dat abstracte lettertekens gedachten kunnen uitdrukken, grensde voor hen haast aan tovenarij. De exuberante versiering en de vergrote aanvangsletters waren bedoeld om deze buitengewone eigenschap te benadrukken. Voor de kerk waren boeken als het ware reliekschrijnen voor het gewijde woord: In principio erat verbum.


Het geschrevene was voor de middeleeuwse mens zelfs meer waarheid dan de werkelijkheid. Kennis en wetenschap berustten immers in die tijd in hoofdzaak op studie van teksten. De zin van ons bestaan was gebaseerd op wat de handschriften leerden. Die handschriften werden gezien als woonplaatsen van waarheid en wijsheid en maakten bovendien deel uit van Eeuwige Wijsheid omdat ieder geschrift het Woord van God bevatte of erdoor geïnspireerd was.


Wij staan anders in het leven dan de middeleeuwse mens en voor ons zijn de manuscripten voornamelijk culturele parels uit een tijd waarin lezen niet vanzelfsprekend was. Het Woord van God staat bij het zien van de manuscripten voor ons niet meer op de voorgrond. De illustraties die in de middeleeuwen ten dienste stonden van sacrale en magische aspecten van het woord, vinden wij over het algemeen interessanter. De bijzaak van toen is voor ons nu hoofdzaak geworden.

0 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.