Aantekeningen uit mijn reisdagboek van 1999


30 november 1999

Volgens plan naar Leiden met de trein (1steklas) met een grote koffer (19,5 kg) en zware tas bij me. Kitty en de kinderen brachten me weg naar het centraal station in Tilburg en daar heb ik om 16:00 uur de trein genomen. Overstappen in Rotterdam en vandaar naar Leiden. Daar aangekomen op het station een broodje gezond gegeten en vervolgens met de bus naar het Bastion Hotel in Oestgeest. De prijs van de tweepersoonskamer viel mee (fl. 85,00) en het was er fijn toeven.


1 december 1999

Om 06:30 uur met de bus baar Centraal Station en dan op naar Schiphol. Ik was ruim op tijd op het vliegveld, ik heb nog even Kitty gebeld (07:45 uur) en weg was ik. De vlucht naar Moskou duurde een half uur korter dan gepland. Ook de paspoortcontrole verliep zonder problemen. Ik stond dus al op het vliegveld in de ontvangsthal toen mijn reisgenoot en tolk Henk Sprenkels me na ongeveer 10 minuten om 15:10 uur plaatselijke tijd kwam ophalen. Ik kende Henk nog uit de tijd dat hij zanger was bij het Princenhage's Mannenkoor dat ik toen dirigeerde. Hij was de beste tolk die ik me kon voorstellen en zijn Russich was uitzonderlijk goed. In die 10 minuten was me ondertussen wel vijf keer gevraagd of ik een taxi nodig had. Henk had echter de beschikking over een auto met chauffeur van de zaak; erg luxe! Eerst gingen we naar zijn kantoor in Moskou, waar hij al geruime tijd werkte. Het zag er daar zeer westers uit. Vervolgens naar het Rode Plein, dat veel kleiner oogde dan ik verwachtte, en naar de winkelstraat daar. Ik keek mijn ogen uit: het was westers en bijzonder chique. Anders dan ik me had voorgesteld van Rusland.


Op het Rode Plein werden we wel meteen aangehouden omdat ik er met mijn Shapka van bont als een Tsjetsjeniër uitzag. Laat ik nu mijn visum en paspoort bij me hebben en Henk niet! Gelukkig konden we na een kort oponthoud verder. We hebben gezamenlijk een ijsje gegeten in de vrieskou.


Vervolgens gingen we naar een duur restaurant: “De Kaukasische krijgsgevangene”. Bij de ingang stonden twee mooie dames in traditionele klederdracht, er was livemuziek en de bediening was uit de kunst; verzorgd tot in de puntjes. Om 21:00 uur gingen we in vliegende vaart naar het vliegveld. In spiegelend glas zag ik dat ik er met mijn shapka inderdaad uit zie als een Tsjetsjeniër. Toch maar proberen rekening mee te houden dan. Aangekomen op het vliegveld werd ik door de beveiliging “betrapt” op het dragen van een broekriem. Een boel gedoe, maar toen ik hem uit wilde doen en daar achterlaten, mocht ik door. Er was overigens een grote vertraging: in plaats van 23:35 uur konden we pas op weg naar Krasnoyarsk om 01:40 uur. We moesten tot die tijd in een overvolle doorgangsruimte met alle andere ingecheckte passagiers wachten totdat we in het vliegtuig mochten gaan.


2 december 1999

Na een vlotte vlucht in een erg groot toestel (Tupolev) landden we in Krasnoyarsk, tenminste, dat dachten we. Het vliegveld ligt dus 40 kilometer buiten de stad. Vera Baranova, Inna Lazovskaja en Tatiana Korotkova stonden ons op te wachten. Het weerzien was erg hartelijk. Het bleek dat we in hetzelfde vliegtuig zaten als Gouveneur Aleksandr Lebed en Patriarch Aleksi II van Moskou. Dat was dan ook de reden dat we daar zo’n vertraging opliepen.


Het programma werd me uitgelegd: vandaag lunchen in het Pedagogisch College (13:00 uur); wat interviews met diverse media (14:00 uur) en daarna een bezoek aan het museum en een eerste repetitie met het koor. Ook werd gezegd dat Aleksandr Lebed op mijn concert aanwezig zou zijn. Ik werd naar het hotel gebracht om me even op te frissen; dat was wel nodig. De hotelkamer is ruim en luxe, het sanitair is niet wat we in het Westen gewend zijn, maar dat deerde me niet. Het zou nog wel een aantal keren voorkomen dat er laat op de avond aan mijn deur werd geklopt en een dame vroeg of ze iets voor me kon betekenen. Dat was wel een aparte ervaring. De kamer werd verhit door stadsverwarming en je kon de ramen niet openzetten, hetgeen ik door de vrieskou buiten wel kon begrijpen. Echter, de verwarming kon je niet zelf bedienen en het was er rond de 27C binnen terwijl de buitentemperatuur ver, zeer ver beneden het vriespunt was.


’s Middags heb ik kennis gemaakt met de directrice van het Pedagogische College en samen met haar geluncht. Het was een kordate vrouw die wist wat ze wilde en ik moest zeggen wat ik van alles vond. Ik werd behandeld als een echte V.I.P.; het beste was nog niet goed genoeg. Iedereen vindt belangrijk wat ik zeg en vind; dat was in Nederland wel anders. Na de interviews hebben we het grote museum bezocht dat speciaal voor de gelegenheid voor mij werd geopend. Henk en ik waren de enige bezoekers en we kregen een rondleiding. Daarna moesten we naar een klein kantoortje om de dagelijkse stempel te halen; een verplichte administratieve (bureaucratische) handeling waar we niet onderuit konden komen.

’s Avonds gedineerd en ook nog een repetitie gehad met het koor en een pianiste. Dat ging goed en naar ieders tevredenheid. Wel bleek duidelijk dat ik andere opvattingen had over koorklank en interpretatie. Ik was blij dat ik toen naar bed kon gaan want ik was doodop.


3 december 1999

’s Ochtends vroeg in mijn hotelkamer met Henk gegeten. In de koelkast stond van alles. Er werd goed voor ons gezorgd. Ik had mijn thermisch ondergoed aangedaan want we zouden op excursie naar de (water)krachtcentrale bij de stuwdam gaan in een militair afgelegen streek. Er moesten speciaal voor ons pasjes worden aangemaakt voordat we het gebied in mochten gaan. We gingen door een ijzig koud maar prachtig landschap naar de imposante centrale. We kregen een speciale rondleiding in en rond het bouwwerk. Op de terugweg heb ik vakinhoudelijk gesproken met Tatiana en Dima. Daarna volgde weer een officiële ontvangst bij de directrice van het Pedagogisch College en hebben we met haar geluncht. Na de lunch heb ik de concertzaal gezien en kon ik nog even op mijn hotelkamer rusten. Henk ging in de stad naar de Patriarch kijken; de hele stad was afgesloten en uitgelopen voor dit bezoek.


Op het College vertelde men mij nogmaals dat Gouveneur Aleksandr Lebed naar het concert wilde komen en mij na afloop wilde spreken. Alleen inlandse problemen zouden dat kunnen verhinderen, werd mij verzekerd. Daarna hadden we een diner (veel kip wordt daar gegeten zeg!) en repeteerde ik van 18:15 tot 20:15 uur met het koor. Ik kreeg leuke reacties en ze waren erg complimenteus. Tot slot nog in een soort café een biertje gedronken en leuk gebabbeld met Vera, Henk en Inna. Terug in het hotel ging Henk nog wat door Krasnoyarsk lopen en dook ik weer het bed in. Morgen de masterclass met veel publiek en naar ik hoop veel succes.

0 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.