Meer dan de inhoud

Het schrijven van brieven. Het lijkt een bezigheid uit een ver verleden. Toch heeft het iets bijzonders en in sommige gevallen is het te prefereren boven het snel intikken van een e-mail. Brieven bewaar je vanwege hun toegevoegde waarde, buiten de inhoud. Door het handschrift krijgt het iets persoonlijks. De rust die je nodig hebt om te schrijven met een vulpen, maakt dat je nėt iets langer nadenkt over hetgeen je opschrijft. De aandacht en de concentratie bij het schrijfproces laten zien dat je de tijd hebt genomen om je gedachten te orderen. De lezer is de moeite van alle inspanningen waard. Dát is de meta-boodschap die buiten de inhoud om wordt overgebracht.


In 2017, op vaderdag, kwam een boek dat ik had besteld bij BOL.com aan bij AH aan de overkant van de straat: Peter Vos, Getekende brieven. Ik had een maand daarvoor een documentaire over hem op tv gezien en die had grote indruk op me gemaakt. Er werd een beeld geschetst van een getalenteerd en briljant tekenaar, die toch min of meer onaangepast door het leven ging. Er was sprake van een zekere tragiek die kunstenaars soms eigen is; het is dan ook maar de vraag of het zo fijn is om op de hoogste toppen van menselijke creativiteit te verkeren. Het leek me een boeiende persoonlijkheid, waarmee het lastig was om mee te leven. Zijn tekentalent ontroert me, telkens weer.



Wat Peter Vos bijzonder maakt is dat hij zijn brieven als ware kunstwerken vormgaf. De tekeningen maken een wezenlijk onderdeel uit van de brief en hadden een relatie met de inhoud. Ze waren niet bedoeld om uitgegeven te worden en ze zijn persoonlijk van karakter. Het heeft iets voyeuristisch om deze brieven die bedoeld zijn voor een ander te lezen. Dat gevoel heb ik ook als ik brieven van componisten of schrijvers lees. Aan de andere kant maak je kennis met een persoon van vlees en bloed; een kunstenaar tot in elke vezel van zijn wezen. Hier kunnen e-mails niet tegenop. Ik ontvang te vaak naar mijn zin e-mail waarin de "zakelijke" inhoud overheerst. Communicatie is meer dan overdragen van een inhoudelijke boodschap. Peter Vos begreep dat en dat maakt het boek zo bijzonder.


Destijds werkte bij het Centrum voor de Kunsten De Nieuwe Veste in Breda Ada Sytske Magdalena Fesevur (1950-2011) als secretaresse. Magdalena was van gegoede komaf, kwam uit Den Haag en haar moeder was de eerste vrouwelijke oogarts in Den Haag. Van huis uit was beleving van kunst bij hen essentieel. Ik heb hierover vele gesprekken met haar gehad. In het ouderlijk huis kon men een vloer en meubels van Rietveld aantreffen en stond de Steinway-vleugel prominent in de kamer. Haar moeder oefende uren voornamelijk Franse, Roemeense en Hongaarse pianomuziek. Bij Magdalena thuis ontvingen ze gasten als Francis Poulenc en Pierre Bernac. Magdalena wist me daar veel van te vertellen en liet me brieven zien die Poulenc aan haar had geschreven. De foto's met opdrachten en de brieven met kleine melodietjes waren het erfgoed van deze bijzondere vrouw, die als meisje in een exceptionele omgeving opgroeide. Het had voor mij iets bijzonders om aan de hand van deze foto's en brieven kennis te maken met Francis Poulenc, een componist die ik bewonder. De man kwam door zijn briefjes die hij aan de kleine Magdalena schreef erg dichtbij. Ik moet er niet aan denken dat er alleen maar e-mails van hem waren overgebleven.

2 keer bekeken

Amarantstraat 56, 5044 RL Tilburg

© 2020 by Paul van Gulick.